Nog niet van de olie af

Technicus beklimt een gasverwerkingsinstallatie

Dat er meer (hernieuwbare) energiebronnen bijkomen, betekent niet dat er snel een einde komt aan de grootschalige behoefte aan olie en gas. © Oil and Gas Photographer / Shutterstock

Energiesector

Nog niet van de olie af

Friso Rengers - investmentmanager

Wat is de energiesector?

De energiesector bestaat uit ondernemingen op het gebied van de exploratie, winning, raffinage en distributie van olie en gas. Ook de oliedienstverleners behoren tot deze sector.

Smet op olie- en gasimport

De grootschalige aanschaf en het gebruik van olie en aardgas heeft tal van negatieve effecten - nog afgezien van de milieunadelen. Zo financieren sommige van de regimes in de grote olie-exporterende landen met de olie- en gasopbrengsten dubieuze praktijken. Hoe reageert de politiek op de nadelen van deze wereldwijde miljardenindustrie? De Verenigde Staten (VS) zorgen steeds beter voor zichzelf, en produceren hun olie- en gas steeds meer zelf. Het land beschikt dan ook over gigantische hoeveelheden schalieolie- en -gaslagen. Op enkele uitzonderingen na hebben de landen in Europa en Azië zulke mogelijkheden niet, of veel minder. Zij zetten daarom meer in op diversificatie van hun energiebronnen. Afgezien van de traditionele fossiele energiebronnen zijn dat: kernenergie, aardwarmte, zonne-energie, windenergie, waterkracht, aardgas en import uit ‘nieuwe olielanden’ als de VS.

Vraag naar olie en gas blijft op hoog niveau

Terwijl aan de productiekant de energiebronnen steeds diverser worden, wordt aan de consumptiekant van energie flink geïnnoveerd. Waar halen we in de toekomst de energie vandaan voor de verwarming en elektriciteit in woonhuizen en kantoren? Ook voor productiefaciliteiten, vervoersmiddelen, zoals elektrische auto’s, en drones is veel stroom nodig. Op lange termijn voorzien we spannende veranderingen. Zo staan we mogelijk niet meer in de file, maar gaan we met de drone naar ons werk. Als we überhaupt nog naar ons werk reizen. Toch betekent dit nog niet dat er snel een einde komt aan de grootschalige behoefte aan olie en gas.

Opec en reservecapaciteit

Reservecapaciteit bij olieproducerende landen is er nauwelijks meer. Dat betekent: één schokdemper minder in de vraag-aanbodverhouding van het ‘zwarte goud’. De olieprijs kan hierdoor nog sneller en heftiger reageren op variaties in de vraag en het aanbod op de wereldmarkt.

Wel of geen $100 per vat olie?

Mede dankzij de fenomenale groei van de Noord-Amerikaanse olie-industrie en de wat minder sterke economische groei in de opkomende markten is voorkomen dat de olieprijs in 2018 boven de $100 per vat Brentolie is gekomen. Maar houden de Noord-Amerikanen dit groeitempo vol? Kunnen Rusland en Saoedi-Arabië hun olieproductie verder opvoeren? En hoe gaat het in, wat olieproductie betreft, middelgrote landen zoals Libië en Venezuela? Tot zover de aanbodkant; daarmee vergeleken is de vraagkant veel stabieler. De olieconsumptie wereldwijd groeit nog altijd met zo’n 1,5% per jaar. De verwachting is dat, zo lang een zware economische recessie uitblijft, de olieconsumptie in dit tempo zal doorgroeien. Opkomende markten zijn een veel belangrijker factor voor de toename van het wereld-olieverbruik dan de ontwikkelde economieën, waar niet alleen de economische groei trager gaat, maar ook de transitie naar elektrisch rijden plaatsvindt. Toch is onze inschatting dat de olieprijs niet boven de $100 hoeft te komen, mits er voldoende geïnvesteerd wordt in (toekomstige) olieproductie. Uiteraard volgen we dit op de voet. Voor alle duidelijkheid: naast de genoemde marktverwerking zal de olieprijs in 2019 ook worden beïnvloed door eventuele afspraken over productiebeperking tussen de olie-exporterende landen.

Ontwikkeling olieprijs (in dollars)

Prijs per barrel Brentolie (in USD). Bron: Thomson Reuters Datastream, november 2018.
Prijs per barrel Brentolie (in USD). Bron: Thomson Reuters Datastream, november 2018.

Winst oliesector komende jaren zeker, daarna wordt technologie bepalend

Het sentiment rond olieaandelen is momenteel zeker niet slecht, maar dit type aandelen heeft een minder solide positie in de aandelenportefeuilles dan voorheen. Enerzijds doordat Amazon, Apple en Google de vanzelfsprekende positie van olieaandelen hebben overgenomen, anderzijds staat de oliesector onder publieke druk om de welbekende redenen, waaronder de milieuschade door de verbrandingsproducten van fossiele energiebronnen. We zien dat westerse oliebedrijven daar verschillend op hebben gereageerd. Het Franse Total is min of meer op oude voet doorgegaan en daar vaart de beurskoers wel bij. Het Britse BP is eindelijk hersteld, na jaren van meeslepende debacles – eerst in Rusland en daarna de olieramp in de Golf van Mexico. BP investeerde onlangs weer voor de lange termijn, door de schalieactiviteiten van mijnbouwbedrijf BHP over te nemen. Het Amerikaanse Exxon kocht grootschalig eigen aandelen, investeerde als het ware in zichzelf en keek zo lange tijd de kat uit de boom. Eerder had Exxon het schaliegasproductiebedrijf XTO Energy overgenomen en onlangs investeerde Exxon groot in diepzee-offshore-exploratie en -productie. ‘Ons’ Royal Dutch Shell (Koninklijke Olie) heeft twee jaar geleden nog meer op aardgas ingezet door British Gas over te nemen. Het Amerikaanse Chevron is, net als Total, door blijven groeien zonder strategiewijzigingen. Verder valt op dat de Europese oliereuzen (BP, Shell en Total) echte dividendaandelen zijn. Dat geldt in mindere mate voor de Amerikaanse supermajors Exxon en Chevron. Voor alle vijf oliereuzen geldt dat het totale beleggingsresultaat van de aandelen over de afgelopen vijf jaar voor ongeveer 80% uit dividend bestond.

De supermajors zijn de zeer grote olieconcerns. Deze concerns hebben zowel een upstream-divisie (exploratie en productie) als een downstream-divisie (raffinage, marketing en verkoop) . Denk hierbij aan BP, Chevron, Exxon, Total en Royal Dutch Shell.

Olie blijft een relatief solide belegging, maar ook niet meer dan dat

Voorlopig zal de wereld enorme volumes olie blijven gebruiken – ook al gaat dat niet van harte. Beleggen in oliebedrijven lijkt ons relatief defensief, omdat de inkomsten nog vele jaren zullen blijven stromen. En als de investeringen laag blijven ten opzichte van de kasstromen, dan lijken de dividenden verzekerd. Anderzijds zal twijfel over de lange termijn niet verdwijnen, zodat aanzienlijke, langdurige koerswinst lijkt uitgesloten.

Twijfel aan langetermijnperspectief

Die twijfel wordt gevoed door technologische ontwikkelingen in de vervoer- en transportsector. Niet alleen elektrische auto’s, maar ook drones en vernieuwingen in het vrachtvervoer spelen een rol. Voor de toekomstige vraag naar olie is dat relevant, immers: olie is bovenal een transportgrondstof. Westerse oliebedrijven zijn niet meer de enige belangrijke spelers in de sector. Grote staatsoliebedrijven in met name Azië en het Midden-Oosten, spelen een steeds belangrijker rol. De westerse bedrijven zijn wel vaak nog leidend op het zeer belangrijke technische gebied.

Olie- en gasdienstverleners, offshore-boorplatforms en technische toeleveranciers

Dat technische gebied wordt mede ingevuld door de olie-dienstverleners, boorbedrijven en toeleveranciers. In Nederland zijn Fugro en SBM beursgenoteerd. Veel bedrijven uit deze groep hebben een barre tijd achter de rug van krimp en dunne marges, vooral na de val van de olieprijs in 2014. In de periode daarvoor was er teveel capaciteit gecreëerd, zodat minder werd geïnvesteerd in exploratie. Bovendien zijn de oliebedrijven veel harder in geworden in de prijsonderhandelingen met de dienstverleners, waardoor deze bedrijven minder profiteren van hogere olie- en gasprijzen. Naarmate de tijd vordert, lijken beleggingen in olie-dienstverleners langzaam aantrekkelijker te worden, maar voorlopig stelt hun koersherstel beleggers teleur.

Indices olieproducenten en -dienstverleners

NYSE Arca Oil Index en Philadelphia Oil Services Index (rechter as). Bron: Thomson Reuters Datastream, november 2018.
NYSE Arca Oil Index en Philadelphia Oil Services Index (rechter as). Bron: Thomson Reuters Datastream, november 2018.