CO2–uitstoot en werknemersbeleid belangrijke thema’s

Schoolkinderen in India

Een leefbaar loon draagt eraan bij dat meer kinderen naar school kunnen, waardoor hun toekomstperspectief verbetert. © Don Mammoser / Shutterstock

Duurzaam beleggen

CO2–uitstoot en werknemersbeleid belangrijke thema’s

Peter Tros & Jochen Harkema - analisten duurzaam beleggen

Sommige werkenden verdienen het minimumloon, maar verdienen te weinig om een gezin te kunnen onderhouden. Leefbaar loon is daarom een mensenrecht dat bijdraagt aan drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN.

Het minimumloon is de minimale vergoeding die een werknemer, vaak per uur, moet ontvangen en heeft als doel de werknemer te beschermen tegen een te lage beloning. Veel landen kennen een minimumloon, maar elk land heeft hiervoor zijn eigen wetgeving. Meer dan 90% van alle landen die zijn aangesloten bij de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), kent een minimumloon. Maar dat is nog niet automatisch een leefbaar loon. Onder leefbaar loon wordt een loon verstaan dat de werknemer in staalt stelt om in zijn eigen onderhoud en in dat van zijn gezin te voorzien. Het leefbaar loon kan afwijken van het minimumloon. In sommige landen is het minimumloon voor een volledige werkweek significant lager dan het leefbaar loon.

Verschil leefbaar loon en minimumloon soms wel 50%

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat het aantal werkende armen tussen 2000 en 2014 met 60% is toegenomen. Een werkende is arm volgens het SCP, als zijn netto inkomen lager is dan het sociaal minimum, het leefbaar loon. Dit was in Nederland in 2014 bij bijna een op de twintig werkenden het geval. Wereldwijd is het verschil tussen het minimumloon en het leefbaar loon soms wel 50%. Werknemers moeten dan dus twee van dergelijke banen hebben, om fatsoenlijk te kunnen leven.

Leefbaar loon is een universeel mensenrecht

Volgens artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (VN) heeft iedere werkende recht op een rechtvaardige en zodanig gunstige beloning, dat die hem of haar en diens gezin in staat stelt tot een menswaardig bestaan. Ook de ILO en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) pleiten voor een leefbaar loon. Dit loon draagt bij aan het realiseren van drie van de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (sustainable development goals, SDG’s) die door de VN zijn opgesteld. Een leefbaar loon draagt bij aan SDG 1: beëindiging van armoede, SDG 8: bijdrage aan redelijk werk en economische groei en SDG 12: verantwoorde consumptie en productie.

Positieve bijeffecten

Het ontvangen van een leefbaar loon is dus een wereldwijd mensenrecht. Het zorgt niet alleen voor voldoende inkomsten om het gezin te onderhouden, maar ook voor menselijke waardigheid. Verhoging van beloning tot het niveau van een leefbaar loon heeft positieve bijeffecten. Dankzij een hoger gezinsinkomen is het dan niet meer noodzakelijk dat kinderen meewerken. Ook is er dan geld om kinderen naar school te sturen, waardoor ook hun toekomstperspectief verbetert.

Leefbaar loon draagt bij aan drie sustainable development goals

Personeelsbeleid: vast onderdeel van onze toetsing

Als wij bedrijven onderzoeken om te beoordelen hoe duurzaam ze zijn, kijken we ook naar hun personeelsbeleid. Betalen ondernemingen hun werknemers genoeg loon om van te kunnen leven? Hebben ze een diversiteitsbeleid? En mogen werknemers zich aansluiten bij een vakbond? Ook letten we erop hoe het eraan toegaat bij leveranciers. Veel bedrijven laten onderdelen of hele producten namelijk ergens anders maken, bijvoorbeeld in lagelonenlanden. Vooral in de kledingsector wordt veel gebruik gemaakt van dergelijke leveranciers, die hun werknemers vaak slecht belonen.

Arbeidsvoorwaarden raken verschillende duurzame thema’s

Hoe bedrijven omgaan met werknemers toetsen we aan de hand van verschillende thema’s. Zo bekijken we onder meer of bedrijven beleid voeren dat is gericht op goede werkomstandigheden. We checken of er vrijheid van vereniging is – de mogelijkheid om lid te worden van een vakbond. En we verifiëren of de arbeidscontracten van werknemers vallen onder een collectieve arbeidsovereenkomst. Bij ING toetsen we de duurzaamheid van beleggingen aan de hand van de hoofdthema’s ‘mens’, ‘milieu’ en ‘maatschappij’. De toetsing van de arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden valt binnen het thema ‘mens’ en bepaalt mede de uiteindelijke Nfi-score.

Hieronder de score op het onderdeel arbeidsvoorwaarden van enkele bedrijven die actief zijn in de kledingbranche op onze lijst van bedrijven die onze analisten volgen. De Nfi’s-scores (eindscores) van deze bedrijven zijn Nfi + voor Nike en Nfi ++ voor de andere vier.

Omdat het een relatieve score is, vergeleken met concurrenten binnen de subsector, en het gemiddelde daarvan nul is, is de score van sommige bedrijven negatief. De scores binnen de kledingsector op het onderdeel arbeidsvoorwaarden lopen van -0,94 tot 4. Inditex, het moederbedrijf van Zara en Pull & Bear, scoort hierop goed; Nike doet het een stuk minder.

Scores op werknemersbeleid

Bronnen: ING Investment Office, Sustainalytics, juni 2019
Bronnen: ING Investment Office, Sustainalytics, juni 2019

Werknemersbeleid leveranciers minstens zo belangrijk

Bij de selectie van beleggingen kijken we niet alleen naar de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van de eigen werknemers van de onderneming – het personeelsbeleid. We letten hier ook op bij bedrijven in de leveranciersketen. Hoewel het voor ondernemingen lastig is om het personeelsbeleid in de hele keten te controleren, vinden wij het wel de verantwoordelijkheid van de eindproducent dat er een leefbaar loon wordt betaald in de hele keten. En niet alleen dat: we checken ook of bedrijven een bewust beleid voeren op het gebied van arbeidsveiligheid, maximale arbeidsduur, kinderarbeid en het voorkomen van discriminatie. Bovendien moeten ze dit beleid toetsen bij hun leveranciers en met hen erover in gesprek gaan. Hieronder vindt u de relatieve scores op werknemersbeleid van de eerdergenoemde bedrijven van onze masterlist, maar dan wat betreft hun leveranciers. Omdat het een relatieve score is, ten opzichte van die van andere in de subsector, en het gemiddelde nul is, komen ook negatieve scores voor. Scores binnen de subsector lopen op van -1,34 tot 2,33. Inditex heeft goed beleid, het beste in deze subsector. De andere bedrijven scoren redelijk (LVMH) tot zeer goed (Marks and Spencer).

Scores op werknemersbeleid bij leveranciers

Bronnen: ING Investment Office, Sustainalytics, juni 2019
Bronnen: ING Investment Office, Sustainalytics, juni 2019

Goed werknemersbeleid geen garantie voor leefbaar loon in hele keten

Een goed werknemersbeleid in de hele keten is een sterke indicator voor een leefbaar loon en verantwoorde arbeidsomstandigheden. Maar goed beleid biedt geen garantie dat er ook daadwerkelijk een leefbaar loon wordt betaald. Zeker in de kledingbranche is het erg lastig om de hele leveranciersketen te beheersen en een leefbaar loon af te dwingen. Zo is de keten ondoorzichtig door het grote aantal spelers, is het aanbod zeer gefragmenteerd – talloze kleine bedrijfjes maken er deel van uit – en wordt er veelal gewerkt met tijdelijke contracten. Ondanks goede initiatieven hebben alle vijf bovengenoemde bedrijven te maken gehad met incidenten in de keten, waarbij discutabele arbeidsomstandigheden of –voorwaarden aan het licht kwamen.

ING stimuleert bedrijven een leefbaar loon te betalen

3 Nederlandse vermogensbeheerders zijn in 2016 gestart met een initiatief dat gericht is op betere beloning in de kledingindustrie in lagelonenlanden. Dit is in 2018 uitgegroeid tot het Platform Living Wage Financials, waarvan diverse banken en vermogensbeheerders deel uitmaken. De deelnemers gaan in gesprek met de kledingbedrijven waarin zij beleggen. Ook ING heeft zich hierbij aangesloten. Op deze manier stimuleren wij bedrijven in de kledingsector om een leefbaar loon te betalen, en op die manier bij te dragen aan een duurzamere wereld.

We hebben nog 12 jaar om CO2 aan te pakken

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het wetenschappelijke adviesorgaan van de Verenigde Naties over klimaatverandering, schetst in zijn rapport van oktober 2018 een duidelijk beeld. De sterke stijging van de temperatuur op aarde heeft volgens dit rapport negatieve gevolgen. Het IPCC spreekt niet van tegenwind, maar van meer stormen, droogte en hitte. Wil de mensheid de negatieve ontwikkelingen afremmen, dan moet de temperatuurstijging beperkt blijven tot 1,5 graden Celsius. We zitten nu al op een stijging van ongeveer één graad. Het IPCC komt tot de conclusie dat we nog twaalf jaar hebben om het roer om te gooien en de klimaatontwrichting hanteerbaar te houden.

Belasting op CO2 kan snel en goed werken

Helaas is twaalf jaar erg kort dag om beleid op te stellen en wereldwijd in te voeren. Binnen deze periode zou de economie grotendeels moeten overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie. Een wereldwijde belasting op CO2–uitstoot kan goed en snel werken. Deze belasting werkt als een prijsverhoging van het gebruik van fossiele brandstoffen. Prijsverhogingen worden direct voelbaar en stimuleren gebruikers om alternatieven te overwegen, dan wel hun fossiele brandstofverbruik te beperken. Een dergelijke belasting past economisch gezien ook goed. Via de prijs van producten komen immers vraag en aanbod in evenwicht. Een CO2-belasting zal dus snel opgenomen en verwerkt worden in de economie. Bovendien levert een CO2-belasting geld op. Dit kunnen we gebruiken voor investeringen in de beperking van de opwarming en de aanpassingen die nodig zijn ten gevolge van klimaatontwrichting.

Ook buiten EU belangstelling voor beprijzen CO2-uitstoot

Op een aantal plaatsen in de wereld wordt al geëxperimenteerd met een dergelijke belasting. Binnen de Europese Unie hebben we al langere tijd een markt voor CO2-uitstootrechten, nadat de uitstoot door bedrijven aan strengere EU-regels werd gebonden. In de eerste jaren functioneerde die markt en kwamen er dus prijzen tot stand van CO2–uitstootrechten, uiteraard met financiële gevolgen. Maar in de jaren daarna zakte de prijs ver weg. Pas de afgelopen twee jaar stijgt de prijs weer, zoals in de grafiek is te zien. Om de prijs op te drijven, heeft de EU het handelsproces aangepast. Per 1 januari 2019 is de marktstabiliteitsreserve ingevoerd. Deze reserve moet er voor zorgen dat bij een overschot aan emissierechten, deze rechten uit de markt genomen worden, waardoor de prijs zal stijgen. Daarnaast is het belangrijk dat vragers en aanbieders vertrouwen hebben in het handelssysteem en dat de EU dit systeem blijft ondersteunen. In dat kader is het goed dat ook niet-EU-landen interesse tonen in een dergelijke markt.

De handel in emissierechten is een marktinstrument waarmee de EU de uitstoot van broeikasgassen kosteneffectief wil verminderen, om zo haar klimaatdoelstellingen te realiseren. De handel in emissierechten houdt het recht in om een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten. Doordat vragers en aanbieders handelen in emissierechten, krijgt de uitstoot van broeikasgas een prijs.

Meer informatie: www.emissieautoriteit.nl

Grafiek prijs CO2-emissierechten

Bron: Bloomberg, april 2019
Bron: Bloomberg, april 2019

Canada belast emissie vanaf 2019, China vanaf 2020

China heeft in 2018 een CO2-markt geïntroduceerd voor elektriciteitsproducenten. Deze markt moet twee keer zo groot worden als die van de EU. Tot nu toe is 2018 besteed aan het op orde brengen van de rapportage door de Chinese elektriciteitsbedrijven; 2019 wordt een overgangsjaar voor de markt. De daadwerkelijke invoering zal pas in 2020 plaatsvinden. Australië heeft daarentegen besloten om de emissierechtenmarkt te beëindigen. Dit land, de grootste kolenexporteur ter wereld, geeft voorrang aan zijn economische belangen op de korte termijn. Diverse bedrijven, waaronder grote olieconcerns als Exxon en Royal Dutch Shell, hebben laten weten voorstander te zijn van een belasting op CO2. Dat het ook anders kan, bewijst Canada. Daar heeft premier Justin Trudeau zich aan zijn verkiezingsbelofte gehouden: het land hanteert sinds begin 2019 een belasting op CO2. Deze belasting loopt van 20 Canadese dollar per ton CO2 in 2019 op tot 50 dollar in 2022.

Ook Exxon en Royal Dutch Shell voorstander CO2-beprijzing

CO2-beleid bedrijven per sector beoordeeld

We hebben per sector beoordeeld in hoeverre bedrijven aandacht hebben voor de beperking van de uitstoot van broeikasgassen. Hiervoor hebben we gekeken naar de CO2-uitstoot en de deelname van bedrijven aan het Carbon Disclosure Project (CDP). Dit is een initiatief om transparantie over de uitstoot van broeikasgassen te creëren. Ook hebben we de mate van gebruik van hernieuwbare energie en sectorspecifieke indicatoren in ogenschouw genomen. De scores per bedrijf hebben we gerelateerd aan het gemiddelde in de sector, dat we op 1 hebben gesteld. Zo heeft DSM een score van 1,8 en scoort dit bedrijf dus 80% beter dan het gemiddelde van zijn sector.

De best scorende bedrijven per sector

De op CO2–uitstoot best scorende bedrijven per sector van onze masterlist. Bronnen: Sustainalytics, ING Investment Office, juni 2019.
De op CO2–uitstoot best scorende bedrijven per sector van onze masterlist. Bronnen: Sustainalytics, ING Investment Office, juni 2019.

CO2-beleid bedrijf is risicofactor voor beleggers

Bij toenemende maatschappelijke en politieke druk mogen we verwachten dat op meer plaatsen in de wereld een belasting op CO2 wordt ingevoerd. Ook zullen dan de platforms voor emissiehandel versterkt worden. Wij verwachten dat de bovenstaande 11 beste bedrijven hiervan minder last hebben en dat zij er in sommige gevallen zelfs sterk van kunnen profiteren. Het is voor ons in elk geval duidelijk dat de mate waarin bedrijven CO2 uitstoten, een risicofactor is voor beleggers. Bedrijven die een duidelijke visie hebben op de beperking van de uitstoot van broeikasgassen, en daar hun producten en processen op inrichten, nemen wij op in de beleggingsstrategie Duurzaam.