Weinig chemie tussen bedrijven en politiek

Staalwerker actief in hoogoven

Staalproducenten waren in 2018 het slachtoffer van handelsbeperkingen, hogere kosten en gedwongen veranderingen in de productieketen. © Norenko Andrey / Shutterstock

Basismaterialen

Weinig chemie tussen bedrijven en politiek

Jenny Overman - beleggingsanalist

Wat zijn basismaterialen?

In de sector basismaterialen zijn bedrijven actief die grondstoffen produceren en verwerken. Hieronder vallen bijvoorbeeld mijnbouwers, chemiebedrijven en producenten van bouwmaterialen en papier.

2018 was een wisselvallig jaar voor de sector basismaterialen. Aan de ene kant was daar de sterke economische groei, met stijgende volumes en prijzen. Aan de andere kant begon de onzekerheid toe te slaan: is dit het einde van de economische cyclus? Tel daarbij de stijgende grondstoffenprijzen op, en de nadelige effecten van de handelsoorlog tussen de VS en China.

Kosteninflatie en handelsoorlog beginnen door te werken

Staalmakers en bouwbedrijven waren de grootste slachtoffers van ingewikkelde handelsbeperkingen, hogere kosten en gedwongen veranderingen in de productieketen. Hoewel de sector geprijsd is alsof we al midden in een recessie zitten, spelen dit jaar dezelfde risico’s. Politieke en economische onzekerheden domineren het nieuws en kosten stijgen. Specialisatie loonde vorig jaar in de chemiesector, terwijl bij de mijnbouwers vooral grote bedrijven met meerdere soorten grondstoffen het goed deden. Ook dit jaar vinden wij specialisatie in de chemie en een bredere blik in de mijnbouw een goede keuze, met het einde van de economische cyclus in zicht. Wel is het zaak om selectief te blijven. De opschudding van wereldwijd verbonden productieketens leidt tot grote verschillen tussen basismaterialenbedrijven onderling.

Koers-winstverhouding wereldindex en sectorindex basismaterialen

MSCI All Country World Index en MSCI All Country Materials Index. Bron: Thomson Reuters Datastream, juni 2019.
MSCI All Country World Index en MSCI All Country Materials Index. Bron: Thomson Reuters Datastream, juni 2019.

Mijnbouwers in de put?

Bij elke indicatie dat het einde van de economische cyclus nabij is, doen de koersen van mijnbouwers een stapje terug. De politieke onzekerheid aan beide zijden van het Chinees-Amerikaanse handelsconflict ondermijnt de stabiliteit. De waardering van de subsector mijnbouwbedrijven is inmiddels weer ruim lager dan die van de brede aandelenmarkt. Hierdoor ontstaan kansen. Een nieuwe importtariefronde in de handelsoorlog of tegenvallende economische cijfers kunnen dit herstel echter zo weer onderuit halen.

Waarderingspremie chemiebedrijven op laagtepunt

De premie in de beurswaardering die chemiebedrijven normaal gesproken genieten ten opzichte van de brede aandelenmarkt, is vorig jaar snel geslonken. Het einde van een periode van overnames, de handelsoorlog, stijgende kosten en het risico van overcapaciteit waren de aanleiding voor deze correctie. Hoewel een verdere escalatie van de handelsoorlog altijd een risico blijft, nemen de grondstoffenprijzen in meerdere productieketens wat af. Hierdoor neemt het vermogen van chemiebedrijven om hogere prijzen te vragen toe. Dankzij goedkoop schaliegas in de VS en de behoefte van China om meer zelfvoorzienend te zijn, wordt in deze regio’s de komende jaren productiecapaciteit bijgebouwd. In Europa zijn de investeringen dit jaar beperkt.

In de schulden

We hebben een periode van grote overnames door chemiebedrijven achter de rug. Hierdoor is de totaal uitstaande schuld met een BBB-kredietrating (maar één stapje boven de status van ‘rommelleningen’) in deze subsector met 91% toegenomen ten opzichte van vier jaar geleden. Ter vergelijking: de mijnbouwbedrijven hebben in de afgelopen drie jaar hun schuld gehalveerd. Vormt de schuld van de chemiebedrijven een groot risico voor de sector? Niet direct. Met dit geld hebben de chemieondernemingen overnames gedaan die, als het goed is, bijdragen aan de inkomsten. Maar gezien de voorzichtige winstverwachtingen is hier nog veel onzekerheid over. Lang niet alle overnames slagen en hoge rentelasten laten weinig ruimte voor nieuwe investeringen of dividendverhogingen. Bij bedrijven die er al zwak voor staan, kunnen tegenvallende bedrijfscijfers daarom tot een daling van hun kredietrating leiden.

Een kredietrating of kredietbeoordeling is een oordeel over de kredietwaardigheid van de uitgever van een obligatie, uitgedrukt in letters van AAA tot en met D. Een obligatie met de status AAA (‘Triple A’) heeft de hoogste kredietwaardigheid. Een rating lager dan BBB- betekent dat de obligatie niet ‘investment grade’ is, maar ‘high yield’. High yield-obligaties worden gezien als obligaties met een lage kredietwaardigheid. De bekendste kredietbeoordelaars zijn Standard & Poor’s (‘S&P’) en Moody’s.

Bouwen op Trump?

Bij het aantreden van president Trump hoopte de Amerikaanse bouwsector op stevige investeringen in infrastructuur. Tot nu toe zijn die investeringen uitgebleven, terwijl de kosten voor personeel en grondstoffen stijgen. Met het oog op een eventuele herverkiezing volgend jaar, kan infrastructuur opnieuw onder de aandacht komen. Dit kan de producenten van bouwmaterialen een welkom steuntje in de rug geven. Hoewel Amerikaanse bedrijven in dat geval de meest logische leveranciers lijken, hebben veel Europese bouwmaterialenbedrijven ook een sterke positie in de VS.

Prijsherstel voor kunstmestproducenten maakt nog geen zomer

Met China als grote afnemer van landbouwproducten, speelde de handelsoorlog ook in de markt voor kunstmestproducten een rol vorig jaar. Politieke onzekerheid is echter niet de grootste uitdaging. De jarenlange daling van de gewasprijzen, met lage inkomsten van boeren als gevolg, is veel belangrijker. Amerikaanse boeren hadden in 2018 de hoogste rentelasten in dertig jaar, ondanks de historisch lage kapitaalmarktrente. Aan de aanbodkant blijft de markt naar verwachting in balans dit jaar. De Chinese kunstmestproductie is ook dit jaar niet rendabel, gezien de hogere inputprijzen in dat land. Hierdoor kan de prijsvorming op de wereldmarkt licht positief uitpakken, maar dit zal waarschijnlijk niet genoeg zijn om de hogere grondstoffenkosten goed te maken. Wat overblijft, zijn interne besparingen om de marges op peil te houden. Met het oog op het einde van de economische cyclus kunnen kunstmestproducenten die toegang hebben tot goedkope grondstoffen en een strikt besparingsprogramma doorvoeren, een defensieve keuze zijn. Voorzichtigheid is echter geboden.